Iaido

Het iaido dat vandaag de dag onderricht wordt is een onderdeel van het complete zwaardmanschap (Kenjutsu). Het is ontstaan uit het Battojutsu ofwel “de kunst om het zwaard te trekken”. Later werd deze kunst ook Iaijutsu genoemd en nu Iaido.
Nu wordt Iaido in onze school nog steeds onderricht om het zwaard zo snel mogelijk te trekken. Hierbij trachten we lichaam, geest en zwaard één te laten worden en de techniek zo precies mogelijk uit te voeren. De Takeda samoerai werd doorheen de geschiedenis altijd gevreesd voor zijn snelle en precieze technieken.



In de lessen maken we gebruik van een bokuto (houten zwaard) en een iaito (ongeslepen oefenzwaard). Het iaito is een veilig alternatief om de eerste stappen te zetten in de zwaardkunst en de leerlingen het gevoel te geven om met een echt zwaard te werken en te oefenen.

Een gevecht tussen twee samoerai werd vroeger beslist op leven en dood. Vandaag trachten we in een speciale oefening, namelijk “Batto shiai”,  dit gevecht op een veilige manier na te bootsen. Dit door leerlingen op een veilige afstand een wedstrijd te laten doen. Een scheidsrechter zal beslissen over winst en verlies. Deze oefening garandeert een hoger technische niveau wat absoluut noodzakelijk is om deze zwaardkunst te beheersen met een rustige en alerte geest.



Gevorderde leerlingen gebruiken de katana (scherp zwaard) om belangrijke ervaringen op te doen. Zo zijn er oefeningen om met een echt zwaard te snijden. Dit wordt in de Takeda school “batto giri” genoemd. Hierbij worden matten van riet opgerold en dan geweekt in water. Op deze manier krijg je een stevigheid die vergelijkbaar is met die van een menselijke hals, arm of been wanneer er gesneden wordt. De ervaring om echt te snijden is van groot belang in onze school.

De katana wordt aanzien als het kenmerk van de samoerai. Men zegt wel eens dat het zwaard de ziel van de samoerai is.